Als het buiten warmer is, worden vlooien en teken actiever. Honden die door bos, gras en struiken lopen maken de meeste kans. Maar ook in het park of de eigen tuin is besmetting mogelijk. Hier lees je hoe je ze herkent, wat je doet als je er een vindt en hoe je toekomstige besmettingen een stap voor bent.
Teken
Een teek is een spinachtig parasiet dat zich vastzet in de huid om bloed te drinken. Ze wachten in hoog gras of struiken en klampen zich vast zodra er een warmbloedig dier langsloopt. De teek zelf is vervelend, maar wat hij kan overbrengen op de hond is het echte probleem.
Hoe herken je een teek?
Een hongerende teek is klein, soms niet groter dan een speldenknop. Na het drinken zwelt hij op tot een grijsbruine bult, soms zo groot als een erwt. Ze zitten het vaakst op plekken waar de vacht dun is of waar bloedvaten dicht onder de huid liggen: achter de oren, in de oksels, tussen de tenen, in de lies en rondom de staartaanzet.
Voel na elke wandeling in bos of hoog gras die plekken na. Bij een Cobberdog vraagt dat wat extra aandacht, de dichte vacht maakt teken lastiger te spotten dan bij een kortharige hond. Een goede borstelsessie na de wandeling helpt daarbij: je verzorgt de vacht én je voelt tegelijkertijd of er iets zit.
Teek gevonden, wat nu?
Haal hem er zo snel mogelijk uit. Hoe langer een teek zit, hoe groter het risico op overdracht van ziekteverwekkers.
- Gebruik een tekenverwijderaar of pincet. Grijp de teek zo dicht mogelijk bij de huid, zonder te knijpen. Heb je een tekenverwijderaar maar weet je niet precies hoe die werkt? Kijk even een tutorial op YouTube. Je wilt voorkomen dat de pootjes achterblijven in de huid.
- Trek rustig en recht naar buiten. Niet ronddraaien, niet rukken. Zorg dat de volledige teek meekomt.
- Desinfecteer de plek met jodium of alcohol.
- Houd de komende weken de plek en je hond in de gaten. Vermoeidheid, kreupelheid, koorts of verlies van eetlust zijn signalen om serieus te nemen. Bij twijfel: bel je dierenarts.
Gebruik geen olie, alcohol of vuur om de teek te verdoven voordat hij eruit is. Dat kan hem doen 'braken' in de wond, wat het infectierisico juist verhoogt.
Vlooien
Een vlo is klein, snel en goed in verstoppen. De kans is groot dat je er pas één ziet als de besmetting al een tijdje gaande is, want vlooien brengen het grootste deel van hun leven niet op de hond door, maar in de omgeving. In kussens, tapijten, vloerspleten, beddengoed.
Hoe herken je een vlooienbesmetting?
Je hond krabt, bijt of likt meer dan normaal, vooral rond de staart, buik en flanken. Soms zie je kleine zwarte korreltjes in de vacht of op de huid, vlooienpoep dat bestaat uit gedroogd bloed. Leg een paar korreltjes op nat keukenpapier: loopt het rood uit, dan heb je te maken met vlooien. Bij ernstigere besmettingen zie je rode of geïrriteerde huid, kale plekken door overmatig krabben, of je vangt een glimp op van iets dat snel beweegt in de vacht.
Eén vlo op je hond betekent honderden eitjes in je huis. Behandel daarom altijd zowel de hond als de omgeving. Alleen de hond aanpakken lost het probleem niet op, dus pak de woonruimtes waar je hond komt ook aan.
Behandeling
Onze voorkeur gaat uit naar biologische middelen zoals pipetten of vachtsprays op natuurlijke basis. Die zijn effectief en een stuk vriendelijker voor het milieu dan de gangbare chemische varianten.
Kauwtabletten raden wij af: De werkzame stoffen komen via de bloedbaan in het lichaam en scheiden zich vervolgens uit via de huid van de hond. Dat betekent dat je hond zelf die stoffen binnenkrijgt bij het likken van zijn vacht, maar ook dat jij en je kinderen er bij het aaien aan worden blootgesteld.
Naast het behandelen van je hond: was beddengoed, dekens en kussens op minimaal 60°C. Stofzuig grondig, ook onder meubels, langs plintjes en in spleten, en gooi de stofzuigerzak daarna meteen weg. Bij ernstige besmettingen helpt een omgevingsspray. Herhaal de behandeling na twee tot vier weken. Vlooieneitjes en -poppen overleven de eerste ronde, en nieuwe generaties komen anders gewoon weer opzetten.
Preventie
Vlooien en teken zijn makkelijker te voorkomen dan te bestrijden. Controleer na elke wandeling in bos of hoog gras de vaste tekenplekken, maak dat een automatisme in de zomermaanden. Wissel beddengoed regelmatig en stofzuig de woonomgeving consequent.
Er zijn voldoende alternatieven voor chemische middelen: biologische druppels, kruidenopties en gifvrije sprays. Kijk altijd of het middel hondvriendelijk is en geen giftige stoffen bevat die via de bloedbaan werken.
Teken en vlooien horen bij het leven met een hond die graag buiten is. Met wat aandacht en regelmaat houd je het gewoon goed bij.